Leden van de Staten Generaal, luister nou eens…

Afgelopen dinsdag heeft hare Majesteit de jaarlijkse troonrede weer voorgelezen. Sinds een aantal jaren wordt omstreeks diezelfde tijd ook een alternatieve troonrede, de techniektroonrede, voorgelezen door de voorzitter van de Ingenieursvereniging KIVI NIRIA. In dit geval Ing. Martin van Pernis. De techniektroonrede bevat ook dit jaar voor mij weer een hoop aanknopingspunten met mijn blogs. Aangezien niet iedereen deze troonrede onder ogen krijgt, vind ik het goed om even bij een aantal van de genoemde aspecten stil te staan en een verkorte samenvatting weer te geven.

Nederland was in de Gouden Eeuw één van de machtigste landen ter wereld. Hoe dat kwam wordt door de meesten toegedicht aan de uitmuntende handelsgeest. Wat veel minder onderbelicht is, is de superieure technische voorsprong die het land in die tijd had. De kanonnen waren krachtiger dan die van de vijand, men had een chemische substantie ontwikkeld om te voorkomen dat het buskruit uit elkaar viel en de boten waren sneller. Ook heeft Nederland in zijn hele bestaan moeten vechten tegen het opkomende water. Allemaal staaltjes van techniek waar Nederland in voorop liep.

Ik noem bewust liep, want het is heden ten dage helaas niet langer zo. Nederland raakte zijn dominante positie in de VOC tijd kwijt aan Engeland door een Engelse uitvinding, waardoor de Engelse schepen sneller werden. Er staat een intrigerende zinsnede in de techniektroonrede: “Het was een opzienbarende uitvinding, maar het hoefde niet meer, we waren al rijk”. Begint de aftakeling daar? Als je een rijk land bent, heb je dan minder “drive” nodig om nog rijker te worden c.q. rijk te blijven? Verklaart dat ook waarom de armere landen zoals Bulgarije en Roemenië ons voorbijstreven als het gaat om het afleveren van Ingenieurs?

In Nederland kiezen de meeste studenten, sterker dan in de rest van Europa,  voor zachte vakken zoals letteren en sociologie. Door de massale belangstelling hiervoor gaat er van het toch al relatief kleine research- en onderwijsbudget in dit land meer naar deze zachte vakken dan elders. Uit internationaal vergelijkende studies blijkt dat Nederland ver boven het gemiddelde zit bij uitgaven voor sociologie, economie, psychologie, kunst en literatuur en dat we ver onder het gemiddelde zitten bij technische wetenschappen, informatica en wiskunde. Zorgwekkend, want een land dat technisch voorop loopt wordt rijk, of blijft rijk. Een betere manier van budgetverdeling zou zijn op basis van maatschappelijk belang en niet op basis van wat de studenten vinden. Dan kan de Nederlandse student studeren op een Universiteit of Hogeschool die kan concurreren met een buitenlandse.

Daarnaast moeten studenten worden uitgedaagd met de kwaliteit en de relevantie van studies. Studenten die een technische studie volgen, moeten weer trots worden. Achter hun rug moet worden gefluisterd: “kijk eens, die daar volgt een van de zwaarste studies in Nederland!” Techneuten zijn “cool”. Sluit dit niet naadloos aan bij mijn blog over de Nerd 2.0?

Als we de totale chemische Industrie (Botlek, Europoort, Moerdijk, Terneuzen en een beetje smokkelen: Antwerpen) als een regio rekenen, is volgens de techniektroonrede dit het grootste chemische complex ter wereld! Groter dan China of Amerika. Dat mag best meer in het nieuws komen. De Nederlandse pers heeft de neiging om vooral het negatieve te benadrukken. Hier was ik ook al tegen in het geweer gekomen (zie mijn blog: Het Lof der Chemische Technologie).

Op politiek vlak is maar de vraag of hier iets op korte termijn aan gaat veranderen.

Technologische kennis verliezen gaat snel; het opbouwen ervan vergt grote investeringen en langere termijn.

Ik blijf knokken om Chemische Technologie (weer) op de kaart te zetten en kijk uit naar de volgende techniektroonrede.

Afgelopen dinsdag heeft hare Majesteit de jaarlijkse troonrede weer voorgelezen. Sinds een aantal jaren wordt omstreeks diezelfde tijd ook een alternatieve troonrede, de techniektroonrede, voorgelezen door de voorzitter van de Ingenieursvereniging KIVI NIRIA. In dit geval Ing. Martin van Pernis. De techniektroonrede bevat ook dit jaar voor mij weer een hoop aanknopingspunten met mijn blogs. Aangezien niet iedereen deze troonrede onder ogen krijgt, vind ik het goed om even bij een aantal van de genoemde aspecten stil te staan en een verkorte samenvatting weer te geven.

De gouden eeuw van de technologie

Nederland was in de Gouden Eeuw één van de machtigste landen ter wereld. Hoe dat kwam wordt door de meesten toegedicht aan de uitmuntende handelsgeest. Wat veel minder onderbelicht is, is de superieure technische voorsprong die het land in die tijd had. De kanonnen waren krachtiger dan die van de vijand, men had een chemische substantie ontwikkeld om te voorkomen dat het buskruit uit elkaar viel en de boten waren sneller. Ook heeft Nederland in zijn hele bestaan moeten vechten tegen het opkomende water. Allemaal staaltjes van techniek waar Nederland in voorop liep.

Ik noem bewust liep, want het is heden ten dage helaas niet langer zo. Nederland raakte zijn dominante positie in de VOC tijd kwijt aan Engeland door een Engelse uitvinding, waardoor de Engelse schepen sneller werden. Er staat een intrigerende zinsnede in de techniektroonrede: “Het was een opzienbarende uitvinding, maar het hoefde niet meer, we waren al rijk”. Begint de aftakeling daar? Als je een rijk land bent, heb je dan minder “drive” nodig om nog rijker te worden c.q. rijk te blijven? Verklaart dat ook waarom de armere landen zoals Bulgarije en Roemenië ons voorbijstreven als het gaat om het afleveren van Ingenieurs?

Technologie maakt vooraanstaand

In Nederland kiezen de meeste studenten, sterker dan in de rest van Europa,  voor zachte vakken zoals letteren en sociologie. Door de massale belangstelling hiervoor gaat er van het toch al relatief kleine research- en onderwijsbudget in dit land meer naar deze zachte vakken dan elders. Uit internationaal vergelijkende studies blijkt dat Nederland ver boven het gemiddelde zit bij uitgaven voor sociologie, economie, psychologie, kunst en literatuur en dat we ver onder het gemiddelde zitten bij technische wetenschappen, informatica en wiskunde. Zorgwekkend, want een land dat technisch voorop loopt wordt rijk, of blijft rijk. Een betere manier van budgetverdeling zou zijn op basis van maatschappelijk belang en niet op basis van wat de studenten vinden. Dan kan de Nederlandse student studeren op een Universiteit of Hogeschool die kan concurreren met een buitenlandse.

Daarnaast moeten studenten worden uitgedaagd met de kwaliteit en de relevantie van studies. Studenten die een technische studie volgen, moeten weer trots worden. Achter hun rug moet worden gefluisterd: “kijk eens, die daar volgt een van de zwaarste studies in Nederland!” Techneuten zijn “cool”. Sluit dit niet naadloos aan bij mijn blog over de Nerd 2.0?

De Chemische Industrie en de media

Als we de totale chemische Industrie (Botlek, Europoort, Moerdijk, Terneuzen en een beetje smokkelen: Antwerpen) als een regio rekenen, is volgens de techniektroonrede dit het grootste chemische complex ter wereld! Groter dan China of Amerika. Dat mag best meer in het nieuws komen. De Nederlandse pers heeft de neiging om vooral het negatieve te benadrukken. Hier was ik ook al tegen in het geweer gekomen (zie mijn blog: Het Lof der Chemische Technologie).

Op politiek vlak is maar de vraag of hier iets op korte termijn aan gaat veranderen.Technologische kennis verliezen gaat snel; het opbouwen ervan vergt grote investeringen en langere termijn.

Ik blijf knokken om Chemische Technologie (weer) op de kaart te zetten en kijk uit naar de volgende techniektroonrede.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *